We maakten een lenteparfum, we speelden een bosconcert. We maakten een ei, een cocon en een vlinder. We fladderden als vlinders en we liepen zo snel we konden op eierjacht.
En, oh ja, de juf verstopte zich in het bos. De kleuters konden haar gelukkig vinden toen ze op een fluitje blies.
